Het binnengebied
Zodra je het binnengebied van WonderWoud betreedt, voelt het alsof je een levend sprookje instapt. De muren zijn bedekt met klimmende ranken en mos, terwijl kristallen dauwdruppels zacht fonkelen in het licht van honderden zwevende lantaarns. De lucht geurt naar bloemen, kaneel en iets ondefinieerbaars... iets magisch.
De vloer bestaat uit kronkelende boomwortels die zich als een natuurlijk tapijt door de ruimte slingeren. Tussen de wortels groeien paddenstoelen die zachtjes gloeien en een warm licht werpen op de tafels. Elke tafel is uniek – gesneden uit eeuwenoude boomstammen, bedekt met bladervormen, elfenstof en twinkelende stenen. De stoelen lijken uit de natuur zelf gegroeid, met rugleuningen in de vorm van bladeren of gevleugelde wezens.
Aan het plafond hangen bloemen ondersteboven, alsof de zwaartekracht zich hier niet aan de regels houdt. Tussen de bloemen zweven glazen bellen waarin kleine lichtwezens ronddwarrelen, hun bewegingen begeleid door zachte muziek uit onzichtbare bronnen.
Het buitengebied
Zodra je het pad naar WonderWoud volgt, stap je een wereld binnen waar de natuur niet enkel decor is, maar deel van de beleving. Rond het restaurant ontvouwt zich een betoverend buitengebied dat leeft, ademt en verandert met de seizoenen.
Houten bruggetjes overspannen kleine beekjes die zachtjes murmelen tussen stenen en varens. Bomen buigen zich vriendelijk over kronkelende paden, met in hun takken lantaarns die 's avonds oplichten als vuurvliegjes. Hier en daar staan houten bankjes en ronde tafels, beschut onder natuurlijke pergola’s van klimplanten en bloemen. Het terras nodigt uit tot lange avonden onder de sterrenhemel, met zachte dekens, warme verlichting en het geruststellende geluid van de natuur. Voor kinderen is er een ontdekhoek waar ze tussen boomstammen kunnen klimmen, elfenhuisjes vinden of met de blote voeten over een zintuigenpad lopen. Volwassenen kunnen genieten van een aperitief in de kruidentuin, waar verse ingrediënten voor het restaurant groeien. In de herfst ruikt het er naar nat mos en kampvuur, in de lente naar bloesem en vers gras.